• Quiasinon

Daar aan de grens verschijnt de ander

De wilde ganzen! Ik hoor hun karakteristieke roep vaak eerder dan ik ze zie. Elk jaar in november vliegen ze over ons huis, op weg naar de rivier. Daar aan de overkant overwinteren ze, in zo’n gebied dat twijfelt of het land wil zijn of toch maar liever water. Voor zulke stukken land kent onze taal namen als ‘gorzen’ of ‘slikken’, maar die wijde, uitgestrekte leegte van vochtig land onder vochtige lucht noemden mijn kinderen vroeger: waar de wereld ophoudt….

Het geeft treffend de sfeer aan van de drie leefgebieden van de wilde ganzen. Met hun voedselrijke winterbestemming in zicht vliegen ze nog steeds hoger dan andere vogels, maar tijdens de trek bereiken ze rustig hoogtes van zo’n 5000 meter. Ook daar zijn ze thuis, in die hoge luchtlagen waar de wereld ophoudt en het ijl is en leeg en koud. Wanneer over enkele maanden de winter voorbij is, vliegen ze terug naar hun broedplaatsen in het hoge noorden. In Lapland, bij de poolgrens, dus alweer: waar de wereld ophoudt. – Als kind op de basisschool hoorde ik het prachtige, fascinerende verhaal over Niels Holgersson, die met de wilde ganzen over heel Zweden vliegt.


Ik weet het niet meer zeker, maar ik dacht dat het als een soort luisterboek op band stond en we er tekeningen op dia’s bij te zien kregen. Later las ik het originele verhaal van Selma Lagerlöf dat ik nog steeds af en toe herlees. Het is geloof ik een bekend motief uit zweedse volksverhalen: de wilde ganzen nemen een kind dat zich misdraagt mee om het, zeg maar, moreel wat bij te spijkeren. Dat heeft iets geheimzinnigs: waarom vertrouwt het volksgeloof die taak toe aan de wilde ganzen?


Niels vliegt met de ganzen mee op de rug van een tamme witte gans die – hoe kan het anders – Maarten Ganzerik heet. De heilige Martinus, SintMaarten, wiens feest aanstaande donderdag 11 november gevierd wordt, heeft iets met ganzen. Volgens een legende verstopte deze heilige zich in een ganzenhok voor de mensen die hem bisschop van Tours wilden maken. Niet erg slim, want in die tijd wist toch iedere Romein – en Maarten wás Romein – dat ganzen luid en verontwaardigd snaterend op een indringer reageren: in Rome werd om die reden het Capitool door ganzen bewaakt. Misschien ontstond de legende om de relatie tussen Maarten en ganzen te kunnen verklaren, maar zou er geen verklaring zijn die wat dieper gaat?


Selma Lagerlöf laat de wilde ganzen, als ze aan land zijn, geruststellend naar elkaar roepen: Hier ben ik! – Waar ben jij? De gans in de groep is voortdurend bezig zichzelf te bevestigen en de ander te zoeken. De meest bekende SintMaartenslegende is die waarin de heilige zijn mantel deelt met een haveloze bedelaar. Door wat hij doet, spreekt Maarten eigenlijk uit: Dit ben ik! – Wie ben jij? Hij vergeet zichzelf niet – dit ben ik! – want hij houdt de helft van zijn mantel zelf. Maar hij heeft ook oog voor de andere mens in nood: wie ben jij? En hij handelt ernaar door de andere helft van zijn mantel weg te geven. Op de vraag wie ben jij? krijgt hij trouwens antwoord: Christus verschijnt hem in een droom, gehuld in de halve mantel.


Als je luistert en je verwondert, omdat je wilt weten wie de ander is, hem wilt zien en begrijpen zoals hij is – dan betekent dat, dat je innerlijk tot aan de grenzen van je eigen wereld gaat, tot waar jouw wereld bijna ophoudt... en daar aan de grens verschijnt de ander. Tussen ik en jij ligt een ijle ruimte waar de wereld van ik en de wereld van jij niet alleen allebei bijna ophouden, maar ook aan elkaar raken. Anders dan in sommige volksverhalen hoeft Niels bij Selma Lagerlöf niet van de wilde ganzen te leren dat de mens door zijn focus op zichzelf vervreemdt van de dieren en de natuur, terwijl hun werelden eigenlijk bij elkaar horen. Niels ontdekt het zelf, doordat hij niet meer bij de mensen, maar in de natuur en tussen de dieren leeft.


Aan het begin van november herdenken we de gestorvenen – de eerste, vaak mistige dagen van november voelen soms als een kleine luwte in de tijd. Alsof de wereld van de levenden even stil staat en die van de gestorvenen naar ons toe komt. Aan het eind van november treedt een nieuwe verstilling in. Dan begint de Advent. Geen luwte in de tijd, maar een bewust beleven van de tijd tot Kerstmis. In die stilte vol verwachting komt de wereld van de ongeborenen naar ons toe. November is de maand waarin in onze streken de wilde ganzen verschijnen.


November is ook als een ijle ruimte waarin de grenzen van onze wereld transparanter worden, waardoor die wereld raakt aan de sfeer van de gestorvenen en ongeborenen.


Bron: Utz Verzendantiquariaat www.utz.nl


253 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven