• Quiasinon

De waardigheid van ieder mens

Een jaar of tien, twaalf geleden kwam het weer eens in het nieuws. In het Nederlands-Indië van voor de oorlog was sprake van openlijke discriminatie. Die nam soms schrijnende vormen aan. Zo zijn er getuigen die bij een zwembad het opschrift konden lezen: ‘Verboden voor honden en inlanders.’ Voor veel mensen, die de bordjes ‘Verboden voor joden’ nog vers in het geheugen hadden, was dit uitermate schokkend. De tekst ‘verboden voor honden en inlanders’ was minstens zo racistisch en wat het nog erger maakte, het bord moest wel neergezet zijn door Europeanen. Hoe kon dat?

Er werd al snel verklaard dat bordjes met zulke teksten in Nederlands-Indië helemaal niet tot het dagelijkse straatbeeld behoorden, als het al geen verzinsel was, en dat die dan zeker niet door de overheid zouden worden geplaatst. Pfff, gelukkig maar. Hooguit dus het werk van een incidentele racist met wie wij ons niet hoefden te identificeren. Toch had de samenleving in Nederlands-Indië beslist wèl racistische trekken, maar die waren meer verborgen dan opschriften bij een zwembad. Huidskleur was heel belangrijk.


Bovenaan stonden de Europeanen, onderaan de ‘inlanders’, zoals de Indonesische bevolking werd aangeduid. Dan had je ook nog Chinezen, Japanners en overige oosterlingen. Daar ergens tussenin stonden de indische Nederlanders en hoe lichter je huid was, hoe groter je kans op een goede positie. Dat alles was zo vanzelfsprekend dat mensen zich er nauwelijks van bewust waren. Ze zagen dit racisme dus niet. Het was gewoon zoals het was.

Is dat in onze samenleving nu zoveel anders?

Dat is maar de vraag. We zijn ons er natuurlijk van bewust dat racisme verkeerd is en we zien natuurlijk de grote gevallen van racisme en natuurlijk veroordelen we die. Maar benaderen we iemand nooit anders op grond van zijn ras of cultuur? Ik wel, ben ik bang. Ik weet nog goed dat een moeder met hoofddoek mij eens de weg vroeg. Waarom legde ik het dan uit aan haar dochter zonder hoofddoek? Het bewuste deel in mij zegt: omdat ik dacht dat de dochter beter nederlands verstond – wat op zich al een vooroordeel was. Maar als ik dieper graaf, dan moet ik toegeven dat ik de dochter zonder hoofddoek toch meer als ‘eigen’ ervaarde en haar moeder met hoofddoek meer als ‘vreemd’.


Waarom zou dat een rol moeten spelen als iemand je gewoon de weg vraagt? En waarom discrimineer ik eigenlijk, terwijl ik zelf, met mijn Indonesische uiterlijk, ook weleens gediscrimineerd word? In tegenstelling tot veel witte mensen weet ik dus hoe dat voelt. Er zijn zoveel onbewuste en diepliggende factoren waardoor je in een ander mens niet het individueel menselijke ziet, niet iemand zoals jijzelf. Het grote verschil met vroeger is misschien dat de slachtoffers van racisme nu meer van zich laten horen. Hun gekwetstheid kan het onbewuste in ons bewust maken.


De Tweede Wereldoorlog en het oude kolonialisme zijn voorbij. Maar het racisme en nationalisme bestaan nog steeds. Racisme beperkt de mens tot wat hij lichamelijk is, nationalisme beperkt hem tot wat een volk is. De Tweede Wereldoorlog heeft laten zien waar nationalisme en racisme toe kunnen leiden. Er is veel verloren gegaan. Maar volgens psychiater Erich Neumann is er toch ook één ding versterkt uit de oorlog tevoorschijn gekomen: het besef dat de mens een onvervangbaar individueel wezen is, en dat elke individuele mens dezelfde menselijke waardigheid toekomt.


Alle individuele mensen vormen samen de mensheid in ontwikkeling, een mensheid die op weg is naar een toekomst waarin ze één gemeenschap zal vormen. Die gemeenschap zal gedragen worden door de verschillende kwaliteiten van alle mensen. Eenheid in verscheidenheid. Dat ligt nog ver in de toekomst. Waar het in onze tijd om gaat, is dat we de moed hebben de waardigheid van ieder mens te erkennen. Want onafhankelijk van bloedsbanden, volk of ras hééft elk mens die waardigheid.


Gewoon op grond van het feit dat hij mens is.



Bron: Utz Verzendantiquariaat. www.utz.nl


258 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven