• Quiasinon

Het verschil tussen lichaam en ziel, tussen de ‘vaas’ en de ‘roos’

Bijgewerkt: nov 9

Toen mijn zoontje bijna drie was, kreeg hij er opeens oog voor: zijn blokken, zei hij, ‘woonden’ in het blokkenmandje, de auto ‘woonde’ in de garage, de borden en kopjes ‘woonden’ in de kast. Op een mistige herfstavond mocht hij even met me mee een brief posten, en onder de indruk van de mist zei hij toen we thuiskwamen: ‘Ik’ is met mama in de mist geweest. Het was voor het eerst dat hij dat woord gebruikte: Ik. In het heldere lamplicht van de woonkamer begon het licht van dat ik te stralen. Hij verklaarde stellig: Ik‒ hij wees op zijn borst ‒ ik ‘woont’hier.

Omgekeerd ging het met mijn lieve, dementerende schoonmoeder. In de laatste week voordat ze stierf, verklaarde ze een paar keer heel beslist: Ik wil naar huis. Ik wil naar huis. Misschien kwam het door onze ervaring met onze kinderen toen die klein waren, maar Nard en ik voelden dat die woorden uit een andere, diepere laag kwamen. Ze had het niet over het verzorgingshuis waar ze woonde, of een huis van vroeger. Ze had het over ‘thuis’, over de hemelse wereld waar we vandaan komen. Op een diepere laag moet ze geweten hebben dat ze op punt stond ‘naar huis te gaan’, weer naar die hemelse wereld terug te keren. Dat werd door de geriatrisch verpleegkundige, die gehoord had wat mijn schoonmoeder zei, ook min of meer bevestigd. ‘Als ze dát gaat zeggen, duurt het niet lang meer,’ zei ze. En zo was het.


Jonge kinderen en stervende mensen spreken soms vanuit een dimensie waarin de woorden een ruimere betekenis krijgen. Hun woorden verwijzen dan niet meer naar concrete zaken, maar brengen een onnoembaar veld in trilling ‒ ongeveer zoals Abel Herzberg bedoeld moet hebben, toen hij dichtte: Er is een woord in ieder woord, dat tot het onuitsprekelijke behoort. Sommige dichters en schrijvers zijn op hun eigen manier in staat te doen wat kleine kinderen en stervenden soms kunnen: ze roepen met een simpel, beeldend woord een veel grotere wereld op, en juist daardoor treffen ze de essentie van dat woord.


Maar in het gewone leven is taal alledaags, of erger: tot lege begrippen en holle woorden vervuild. Waar ergens zijn we toch de toegang tot het beeldende van taal kwijt geraakt? Ruim twintig jaar geleden las ik een gedicht (een middeleeuws lied) in het ladino, de taal die de spaanse joden in de middeleeuwen spraken. Het is deels middeleeuws spaans, deels hebreeuws. Ik kan de tekst niet meer vinden, maar het was een treurig lied over een prinses ‘zo mooi als een roos’. Na haar bruiloft gaat ze met haar bruidegom mee, en een jaar later sterft ze in het kraambed. En dan zegt het lied, volgens mij:


Midden over de weg ging de koninklijke stoet.

In doeken gewikkeld kwam thuis de vaas van de roos.

Ach, wat een treurige thuiskomst was dat.


Het was in de begintijd van internet, en er was een engelstalig forum of een site waar over de betekenis van dit lied werd gediscussieerd door mensen die net als ik geen spaans of ladino kenden, maar de eenvoudige tekst toch redelijk konden volgen. Maar iedereen struikelde over ‘de vaas van de roos’: wat betekende dat? Terwijl ik het zo simpel vond. De schoonheid van de prinses betrof haar ziel: die wordt met een roos vergeleken. Na haar dood wordt haar lichaam, dat is: ‘de vaas van de roos’, weer teruggebracht naar haar vaders huis.

Het verbaasde me dat juist die Engelsen op dit forum het niet begrepen: het was nog maar enkele jaren geleden dat prinses Diana verongelukte ‒England’s Rose, zoals Elton John zong. Het was live te zien dat de koninklijke begrafenisstoet over het midden van de weg ging. En toen Diana’s lichaam uit Frankrijk naar Engeland werd gevlogen, kopte een krant of de BBC: the saddest home-coming. In de laatste jaren van de twintigste eeuw waren de beelden uit de middeleeuwen allemaal in real life aanwezig, en toch werden ze niet opgepikt. Was dat nou echt alleen omdat er geen gevoel was voor het verschil tussen lichaam en ziel, tussen de ‘vaas’ en de ‘roos’?


Ik kan me wel voorstellen dat in geval van dit lied de vreemde taal ook niet hielp om het beeld te vatten. Toch is het wel zo dat taal erg alledaags is geworden, vooral een communicatiemiddel: een bal is een bal en niets meer dan een bal. Terwijl mijn peuterdochter het woord gebruikte voor alles wat rond was, van haar eigen hoofdje tot de volle maan of het zaadje van de oostindische kers ‒ en natuurlijk ook een bal. Als je woorden beperkt tot een eendimensionale betekenis, gaat de beweeglijkheid en het beeldende van taal verloren en daarmee misschien ook de toegang tot een wereld die groter is dan die we concreet kunnen zien.


Ik pleit voor het gebruik van een beeldende taal waardoor de betekenis van de woorden ‒ en nu komt een paradox ‒ wordt verruimd tot de eenvoud van hun essentie.


Bron: Utz Verzendantiquariaat


Volg Tribute op Facebook voor het laatste nieuws en blijf up to date met wat er ECHT aan de gang is in de wereld!


Steun de vrijheidsbeweging, jouw toekomst en die van je geliefden. Deel dit bericht op social media en in je eigen netwerk. DOEN!


00 LG Heart of Art FC.jpg

©2019 by Tribute

Tel. 0541 299 860

Mob. 0653 222 944

info@tribute.nu