• Quiasinon

Koningen zonder onderdanen

Bijgewerkt: mei 12

In de zeventiende eeuw heerste sultan Agung over het grote koninkrijk Mataram in Midden-Java. Hij bedwong de dynastieke conflicten tussen de adel, zorgde voor interne stabiliteit en breidde daarna zijn koninkrijk uit door kleine vorstendommen aan de noordkust van Java te onderwerpen. Maar toen deed zich een gebeurtenis voor die hij nooit had kunnen voorzien. Voor de noordkust van Java verschenen vreemde schepen, ranke hoge schepen met bollende witte zeilen, die daar voor anker gingen.

De bemanning van een nooit eerder gezien ras zette sloepen uit en roeide naar de kust. Hollanders zetten voet op javaanse bodem. Sultan Agung kon hen niet de baas. De zwakke vorsten na hem evenmin. De dynastieke twisten laaiden weer op en de Hollanders wakkerden de dreigende burgeroorlogen aan omdat ze liever te maken hadden met een verdeeld en zwak dan met een machtig koninkrijk. Uiteindelijk, halverwege de achttiende eeuw, wisten ze Mataram te verdelen in de twee vorstendommen Yogyakarta en Surakarta (Solo). Tot Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, deden de Hollanders hier hun voordeel mee.


Maar dat is een politiek verhaal dat ik bij gebrek aan kennis en interesse niet verder zal vertellen. Wat mij – zo vlak voor koningsdag natuurlijk niet toevallig – wèl interesseert, is de javaanse religieuze en spirituele opvatting van het koningschap. Die raakt door de splitsing van het koninkrijk in verwarring. Oorspronkelijk vereerde de bevolking van Java de onzichtbare krachten die aanwezig zijn in de overvloedige natuur, de oceaan en de vuurspuwende bergen. De eerste vreemde veroveraars kwamen uit India en brachten het hindoeïsme mee.

De legendarische stichter van het koninkrijk Mataram was de hindoevorst Senopati. Van hem wordt gezegd dat hij een verbond sloot met vier machtige natuurkrachten ten noorden, zuiden, oosten en westen van Mataram. De tweede golf veroveraars kwam vanuit Perzië via India naar Java. Zij maakten van Mataram een islamitisch koninkrijk met veel soefi-elementen (soefi is een mystieke richting binnen de islam). In het islamitisch koningschap zoals sultan Agung dat invulde, was de vorst niet alleen heerser over zijn volk, maar ook een mysticus wiens ziel in meditatie kon opstijgen tot bij Allah om daar voor zijn volk te pleiten.


Toch bleven ook de oudere lagen, die van het geloof in natuurkrachten en het hindoeïsme, aanwezig. De vorst van Mataram had de taak het evenwicht te bewaren tussen de aardse wereld van zijn volk en drie onzichtbare werelden: de wereld van de machtige, maar ook bedreigende natuurkrachten, de morele wereld die zichtbaar wordt in de edele deugden van prins Arjuna uit het hindoe-epos Mahabharata en de wereld van Allah die een macrokosmos is tegenover de mens als microkosmos. Toen Mataram om politieke redenen in twee vorstendommen werd gesplitst, betekende dat een identiteitscrisis: er kon maar één vorst van Mataram zijn en zowel de susuhunan van Solo als de sultan van Yogya beschouwden zichzelf en niet de ander als de enige echte spirituele erfgenaam van Mataram.


Of ze dat nog steeds zo zien, weet ik niet, maar veel bewoners van de vorstenlanden geloven tot op zekere hoogte nog steeds in de mystieke krachten van hun vorsten. De legende zegt dat de eerste echtgenote van elke vorst van Mataram een machtig natuurwezen is: Ratu Kidul, de koningin van de zuidelijke oceaan. Maar wiens vrouw werd zij toen Mataram gesplitst werd? De gids die ons in 2010 rondleidde in de kraton, het paleis, van Solo, wees trots op de blauwe toren waar de susuhunan elke vrijdag mediteert en dan met Ratu Kidul spreekt.


In Yogya wordt de sultan bij bepaalde ceremonieën zo opgemaakt dat elke Javaan in hem Arjuna herkent uit de wajangvoorstellingen die over zijn heldendaden vertellen. De in onze ogen misschien pretentieuze titels die de vorsten van Yogya en Solo zichzelf toekennen, laten iets zien van hun taak om te bemiddelen tussen de goddelijke macrokosmos en menselijke microkosmos. Die van de susuhunan van Solo luidt Paku Buono: ‘de nagel van het heelal’, en die van de sultan van Yogya Hamengku Buono: ‘hij die het heelal in zijn schoot houdt’.


De verering die veel bewoners van de vorstenlanden nog steeds voor hun vorsten koesteren, gaat terug op oude tijden, toen de koning een ingewijde was en om zo te zeggen het ‘ik’ van zijn volk. Ooit probeerde rond koninginnedag een soefi-moslim mij ervan te overtuigen dat een absoluut koningschap waarbij de koning zowel de wereldlijke als de spirituele leider was, de hoogste en meest ideale staatsvorm was. Helaas voor hem moest ik dat tegenspreken.


Ik zei hem voorzichtig dat dat in het verleden zo was, omdat de koning toen een ingewijde was. En dat wij volgens mij nu op weg zijn naar een toekomst waarin ieder mens zelf een koning is die zelf het contact met de onzichtbare werelden kan onderhouden. Hij overwoog het zwijgend, en hoewel hij er niet aan wilde, zag ik toch enig begrip voor deze nieuwe visie in zijn ogen oplichten. Ten slotte zei hij: ‘Alleen maar koningen dus, zonder onderdanen?’


Dat beaamde ik: ‘Ja, alleen maar koningen zonder onderdanen.’ Daar lieten we bij


Bron: Utz Verzendantiquariaat


Volg Tribute op Facebookvoor het laatste nieuws en blijf up to date met wat er ECHT aan de gang is in de wereld! Steun de vrijheidsbeweging, jouw toekomst en die van je geliefden. Deel dit bericht op social media en in je eigen netwerk. DOEN! Link naar telegram.

232 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven