• Quiasinon

Leven en handelen vanuit een spiritueel wereldbeeld

Op de middelbare school hadden we een geschiedenisleraar van de oude stempel, een eigenaardig type. Hij dicteerde ons brugklassers al meteen in de eerste les alle punten van zijn nogal intimiderende ‘klassereglement’ vol latijnse termen. Een van de laatste punten luidde: ‘Op 16 mei: Juicht, gij dochteren van Sion’. Maar omdat dat jaar voor het eerst jongens werden toegelaten op onze school, veranderde hij dit in: Juicht, gij zonen en dochteren van Sion. ‒ Daaruit leidde ik af dat hij ons bedoelde met die ‘zonen en dochteren van Sion’, maar toelichting kregen we niet.

Wat het inhield, bleek op 16 mei: er lag een berg snoepgoed in het klaslokaal. Meneer was jarig. En de twaalfjarige ‘zonen en dochteren van Sion’ waren beslist niet te oud om zoals voorspeld luid te juichen bij het zien van die traktatie. Later, in de vierde klas, hoorde het staatkundig bestel van Nederland tot de lesstof: Eerste Kamer, Tweede Kamer, Provinciale Staten enz. En ook parlementaire geschiedenis: welke partijen ontstonden wanneer en waarom. Hoe saai wil je het hebben? Toevallig waren er dat jaar ook verkiezingen, wat de lesstof iets van actualiteit gaf.

Op een dag hingen op de witte achtermuur van het lokaal verkiezingsposters van alle politieke partijen. In het midden ‒ alle andere er netjes omheen ‒ hing de poster van de PSP. Kent u hem nog? In een paradijselijk hollands landschap ‒ koe in de wei ‒ keek een meisje met geheven handen je aan, een hollandse Eva met net zo weinig aan het lijf als ooit de bijbelse Eva. Ze was in al haar naaktheid zo opgehangen dat elke docent die voor de klas zijn les stond af te draaien, niet anders kon dan haar recht aankijken. Wat de leraar latijn diverse malen een binnensmondse vloek ontlokte.


En toen opeens waren alle posters weg. Hè? Meneer? Nee, niet de zedelijk gevoelens van de leraar latijn waren gekwetst, maar wel die van de spaanse werkster. Het was óf die poster weg, óf zij. Tja… en zij had het geld nodig, dus gingen de posters weg. Ja, maar waarom allemáál? Alleen die van de PSP was toch genoeg? Dat vroeg om een leermomentje. ‒‘Nederland, jongelui, is een democratie, zoals jullie weten. En dat betekent…’‒‘…vrijheid van meningsuiting,’ gaapten wij verveeld. ‒ Ja ook, heel belangrijk. Maar het betekent ook dat niemand mag worden uitgesloten.


Moest de PSP weg? Goed, maar dan niet alléén de PSP, dan alle partijen. ‒‘En democratie, jongelui, betekent niet dat de meerderheid ‒ met een minimum van de helft plus één ‒ het voor het zeggen heeft. Het betekent dat die meerderheid van minimaal de helft plus één rekening houdt met de opvattingen van alle minderheden.’ ‒ Had die leraar het hierbij gelaten, dan had ik dit praatje vast niet onthouden. Maar hij voegde er iets aan toe waardoor ik het nooit vergeten ben. De democratie, zei hij, is in Griekenland ontstaan, maar de moderne democratie werd gevormd naar model van het christendom.


Onze democratie is door en door christelijk van signatuur, omdat het niet gaat om de macht van een meerderheid, maar om verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden. Iedere burger heeft het recht te denken wat hij wil en te zeggen wat hij vindt. En dat is meteen ook de kwetsbare plek van de democratie: iedereen heeft het recht te zeggen wat hij vindt, zélfs als daardoor een meerderheid ontstaat die niet verdraagzaam is tegenover andersdenkenden. Die kwetsbaarheid, dit tot het uiterste gaan en jezelf opgeven voor een ander, is ook wat Christus vraagt.


Ik zei het al in mijn eerste zin: mijn leraar was van de oude stempel. Misschien liep hij vijftig jaar geleden hopeloos achter met zijn ideale opvatting van democratie. Vanaf de jaren zeventig tot in deze tijd spelen er allerlei ethische kwesties ‒ abortus, euthanasie, orgaandonatie, voltooid leven, een andere kijk op geneeskunde, inenting en nu weer corona. De aanhangers van het materialistisch mens- en wereldbeeld vormen steeds duidelijker een dominante meerderheid, die steeds vaker intolerant is naar andersdenkenden.


En wat nog erger is: voor een deel doen ze dat niet eens bewust. Mensen hebben soms echt geen idee dat het materialistisch wereldbeeld niet ‘de werkelijkheid’ beschrijft of ‘de enige waarheid’ is, maar alleen een opvatting van die werkelijkheid ‒ laat staan dat ze beseffen dat er ook andere opvattingen kunnen bestaan die vanuit een ander standpunt net zo realistisch zijn.

Het is al meer dan een eeuw niet gemakkelijk om serieus genomen te worden als je vanuit een spiritueel wereldbeeld maatschappelijke kwesties wilt aangaan.


In het begin van de 20e eeuw moesten veel antroposofen tegen de stroom oproeien en ze bereikten relatief weinig. Uit hun biografie blijkt soms wat er van je gevraagd wordt als je vol voor je overtuiging wilt gaan: van het opgeven van een maatschappelijke positie tot het inzetten van je bestaansmiddelen of het opbouwen van een nieuw bestaan in een vreemd land. Leven en handelen vanuit een spiritueel wereldbeeld kan inhouden dat je je in moet zetten in het vertrouwen dat het niet voor niets is ‒ om te zaaien in het vertrouwen dat er ooit een oogst uit voort zal komen.


Bron: Utz Verzendantiquariaat


00 LG Heart of Art FC.jpg

©2019 by Tribute

Tel. 0541 299 860

Mob. 0653 222 944

info@tribute.nu