• Quiasinon

God helpt degenen die zichzelf helpen

Nadat Nederlands-Indië in maart 1942 door Japan bezet was, werden alle scholen gesloten. De Europeanen en ook veel Indo-Europeanen werden in kampen geïnterneerd. Andere indo-europese families, zoals die van mijn vader, hoefden niet naar een kamp. Maar in Malang op Oost-Java, waar mijn vader woonde, stuurden de Japanners de indo-europese jongens tussen dertien en achttien jaar naar jongenskampen. Ze wilden weten of ze deze jongens van gemengd bloed tot ‘goede Aziaten’ konden opvoeden.

Mijn vader, toen zestien jaar, was een van hen. In het kamp heerste discipline. De jongens moesten werken en gymnastiekoefeningen doen. ‘s Avonds moesten ze in het kamp blijven. Maar de meesten hadden wat geld bij zich en vlak bij het kamp was een avondmarkt. Ja, wat doe je dan als puber? Je smeert ’m stiekem toch. Dat ging een paar keer goed, maar op een avond werd onverwacht appèl gehouden. Enkele jongens ontbraken. Wáár zijn ze? Eh… nou… naar de avondmarkt. Maar jullie mogen helemaal niet weg! Ja, dat wisten ze zelf ook wel. Alle jongens op het appèl werden gestraft met extra gymnastiekoefeningen. Maar degenen die ontbraken, kregen bij terugkomst geen enkele straf! De jongens begrepen er helemaal niets van.


Mijn vader vertelde mij dit verhaal en bij mij viel er na enig nadenken wel een kwartje. Dat had te maken met het weinige dat ik weleens over japanse bedrijven gehoord had: als bijvoorbeeld ene Jiro op zijn afdeling de kantjes ervan afloopt, dan wordt niet Jiro persoonlijk daarop aangesproken, maar wordt de hele afdeling uitgefoeterd. De groep – de afdeling – is verantwoordelijk voor Jiro’s luiheid. Die groep oefent vervolgens druk uit op Jiro zodat hij zich flink schaamt en gauw weer in de pas gaat lopen. Ik vermoed dat dat de groepsdynamiek was die de Japanners kenden en in gang dachten te zetten. Maar bij de indische jongens van Malang werkte dat niet. Zij zagen zichzelf niet als lid van een collectief en daaraan ondergeschikt. Zij zagen zichzelf – weliswaar onbewust en onuitgesproken – als een eigen persoon met een positie in een groep. En dat is toch wat anders.

Ik heb die nadruk op het collectief altijd beschouwd als iets dat bij Azië hoort en de nadruk op het individuele als iets van Europa. Tot vorig jaar maart, toen de eerste lockdown begon. De macht van het collectief, ook in Europa, ook in Nederland, heeft me echt verbijsterd. Twintig jaar geleden geloofde ik niet dat wij in een land zouden leven waar maar één denkrichting leidend zou zijn en dat, als je er een andere op nahoudt, je stem nauwelijks gehoord wordt. Maar het gebeurt, dus het kan wel. En ik schrik daar erg van. Waar ik ook van ben geschrokken is de nog dominantere rol die de digitale wereld ten gevolge van de lockdown in ons leven is gaan spelen.


Ik vind het al niet te bevatten dat de computer in nog geen vijfentwintig jaar niet meer weg denken is uit het persoonlijke en maatschappelijke leven. Alsof hij er altijd al is geweest. Door het thuiswerken en het thuis les krijgen is die positie alleen nog maar versterkt. En omdat we ons contact met familie en vrienden noodgedwongen al bijna een jaar hebben moeten inperken, vervangen we ook dat door contact via een beeldscherm. Ja, je moet wát, dat begrijp ik ook wel. Elkaar via een scherm zien is nog altijd beter dan elkaar helemaal niet zien, vinden veel mensen. En het is toch maar tijdelijk?


Maar wat zal straks tijdelijk blijken te zijn en wat blijvend? Houden het collectieve en de macht van de techniek de overhand? Hopelijk niet. Wij zijn allemaal unieke persoonlijkheden die van elkaar verschillen en we voelen ons met elkaar verbonden door elkaar écht te ontmoeten. Dat moet bovenaan blijven staan, dat mag niet verloren gaan. Laten we vooral moedig het midden zoeken, en onszelf tussen de macht van het collectief en de macht van de techniek een plaats geven.


Ik zeg dit vooral tegen mezelf, want zo moedig ben ik eigenlijk niet. En als je niet zo moedig bent, mag je dan niet vertrouwen op een beetje goddelijke hulp? Een collega-moeder, die moslima was, citeerde vroeger altijd een arabisch spreekwoord als ze haar fiets op slot zette: Vertrouw op Allah, zegt de Profeet, maar bind je kameel wel vast. Het drukt voor mijn gevoel hetzelfde uit als die mooie, maar minder beeldende bede die geloof ik uit de zeventiende eeuw komt: Helpt uzelf, zo helpe u God. De goddelijke machten kunnen alleen iets voor ons doen, als wij in onze wereld ook een stap zetten.


Bron: Utz Verzendantiquariaat


Volg Tribute op Facebook voor het laatste nieuws en blijf up to date met wat er ECHT aan de gang is in de wereld! Steun de vrijheidsbeweging, jouw toekomst en die van je geliefden. Deel dit bericht op social media en in je eigen netwerk. DOEN!



264 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven